Wat is een gemeentebreed ondernemersfonds?

ongeveer 50

gemeenten met een fonds

honderden

gebieden en kernen

20 jaar

in de praktijk

Een gemeentebreed ondernemersfonds is een collectief fonds voor en door ondernemers, waarbij alle eigenaren en gebruikers van vastgoed aangemerkt als niet-woning in een gemeente verplicht meebetalen via een opslag op de onroerendezaakbelasting (OZB). Dat klinkt technisch, maar de kern is simpel: iedereen die profiteert van een goed ondernemersklimaat draagt automatisch zijn deel bij.

Zo werkt het:

Gemeente int

OZB-opslag bij alle eigenaren en gebruikers van vastgoed aangemerkt als niet-woning.

Fonds beheert

Een stichting van bijdragende ondernemers en organisaties beheert het geld, onafhankelijk van de gemeente.

Ondernemers beslissen

Collectief bepalen de bijdragers zelf wat er met het geld gebeurt.

Wat kost het, en wat levert het op?

De bijdrage is een opslag op de OZB voor vastgoed dat is aangemerkt als niet-woning en hangt samen met de WOZ-waarde van het pand: hoe groter het pand, hoe meer je bijdraagt, en een klein pand betaalt weinig. Startende fondsen kiezen meestal voor een opslag van ongeveer €50 tot €80 per €100.000 WOZ-waarde, verdeeld over eigenaar en gebruiker (vaak ruwweg 55% eigenaar, 45% gebruiker). Bij €75 per €100.000 betaalt een eigenaar-gebruiker met een pand van €300.000 ongeveer €225 per jaar. Bij een vast bedrag blijft dat gelijk zolang de raad het niet aanpast. Bij een opslag als percentage van de OZB groeit het fondsbudget automatisch mee met de OZB, en daarmee ook de bijdrage. Zo werkt het in het grootste fonds van Nederland: een opslag van 11,1%, in 2025 goed voor ruim €15 miljoen.

Het bijzondere aan een gemeentebreed ondernemersfonds is dat het geld niet naar de algemene middelen van de gemeente gaat, maar rechtstreeks naar een fonds dat door ondernemers zelf wordt beheerd. Zij bepalen samen wat er mee gebeurt, per gebied en per thema. Dat kan van alles zijn: veiligheid, verduurzaming, gezamenlijke promotie, citymarketing, centrummanagement, parkmanagement of leefbaarheidsprojecten in kleine kernen en het buitengebied.

Gemeentebreed betekent: iedereen doet mee. Dat lost het hardnekkigste probleem van vrijwillige ondernemersorganisaties op: de freerider (gratis-meerijder). In traditionele winkeliers- en ondernemersverenigingen betaalt niet iedereen mee, maar profiteert iedereen wel. Met een gemeentebreed ondernemersfonds via de OZB betaalt iedereen automatisch zijn deel. Dat maakt het systeem eerlijk, stabiel en slagvaardig.

In Nederland zijn al meer dan veertig gemeenten gestart met een gemeentebreed ondernemersfonds. Het instrument bestaat al twintig jaar en is juridisch en bestuurlijk goed uitgekristalliseerd. Het wiel hoeft niet opnieuw uitgevonden te worden.

Een ondernemersfonds vervangt geen gemeentelijke taken

Het non-substitutiebeginsel is de hoeksteen van elk gemeentebreed ondernemersfonds: de gemeente blijft verantwoordelijk voor haar eigen taken en mag het fonds niet gebruiken om die af te schuiven. Deze afspraak wordt vastgelegd in het samenwerkingsconvenant tussen gemeente en fonds. Ondernemers investeren bovenop het onderhouds- en voorzieningenniveau dat de gemeente uitvoert, niet in plaats daarvan.

Naast het gemeentebrede ondernemersfonds (ook wel het ‘Leids model’ genoemd) komen wij in de praktijk vooral twee andere vormen tegen: de reclamebelasting en de BIZ. Beide kunnen zinvol zijn in specifieke situaties, maar kennen beperkingen die het gemeentebrede model niet heeft. Hieronder zetten we de drie naast elkaar, zodat duidelijk wordt waarom wij het Leids model als vertrekpunt aanbevelen.

Leids model (OZB-opslag) Reclamebelasting BIZ
Grondslag OZB op vastgoed aangemerkt als niet-woning Reclame-uitingen in openbare ruimte Eigen bijdrage per pand of gebruiker
Wie stelt vast Gemeenteraad Gemeenteraad Stemming onder bijdragers (drempeleis)
Wie betaalt mee Eigenaar én gebruiker van vastgoed aangemerkt als niet-woning Eigenaar/gebruiker met reclame-uiting Eigenaar of gebruiker (afhankelijk van type BIZ)
Geografische reikwijdte Gemeentebreed, met mogelijkheid van gebiedsgerichte trekkingsrechten Gebiedsgericht Gebiedsgericht
Non-substitutiebeginsel verplicht Ja Niet standaard Ja, vastgelegd in de verplichte uitvoeringsovereenkomst met de gemeente
Ons oordeel Meest robuust en breed bewezen (ongeveer 50 fondsen). Vraagt wel een raadsbesluit, een sterk ondernemersbestuur en heldere afspraken over non-substitutie. Aanbevolen als vertrekpunt. Bruikbaar in afgebakende winkelgebieden, maar de grondslag is smal: alleen wie reclame voert betaalt mee, waardoor freerider-problemen blijven bestaan. In de praktijk vaak handhavings- en afbakeningsdiscussies. Geen automatische gebiedsbrede dekking en geen wettelijk verplicht non-substitutiebeginsel. Geschikt voor specifieke gebieden, maar kwetsbaar voor tegenstemmen.

Bij alle modellen geldt als basisvoorwaarde het non-substitutiebeginsel: de gemeente handhaaft haar bestaande investeringen in het gebied en mag het fonds niet gebruiken om eigen taken af te schuiven. Dit principe wordt vastgelegd in het samenwerkingsconvenant tussen gemeente en fonds.

Meer lezen: LPOF, CLOK en Blaauwberg.

Een gemeentebreed fonds hoeft niet te betekenen dat alle middelen over één kam worden geschoren. Via trekkingsrechten kan elk deelgebied, een binnenstad, een bedrijventerrein, een agrarisch gebied of een kleine kern, zelf bepalen waar de eigen bijdrage naartoe gaat. Als voorbeeld laat Ondernemersfonds Utrecht zien hoe krachtig deze combinatie van gemeentebrede schaal en gebiedsgerichte besteding kan zijn.

Waarom zou dit iets zijn voor jouw gemeente of organisatie?

Meer financiële slagkracht, minder afhankelijkheid en sterkere samenwerking. Ontdek waarom steeds meer gemeenten en ondernemers kiezen voor een ondernemersfonds.

Ontdek het zelf